Wat is een platvoet bij kinderen?
Een platvoet betekent dat de voetboog afwezig of sterk verlaagd is, waardoor de volledige voetzool de grond raakt bij staan of lopen.
Bij pasgeborenen en jonge kinderen is dit de standaardsituatie. De voet bestaat bij de geboorte grotendeels uit kraakbeen en vetweefsel. De voetboog ontwikkelt zich geleidelijk naarmate het kind gaat staan, lopen en de voet- en beenspieren sterker worden.
Rond het derde levensjaar is bij de meeste kinderen een beginnende voetboog zichtbaar. Rond het zesde tot zevende jaar is de voetboog bij het merendeel van de kinderen volledig aangelegd. Dit betekent dat een platte voet vóór die leeftijd in de meeste gevallen geen reden is voor ongerustheid.
Meer achtergrond over wat een platvoet inhoudt en hoe die zich uit, leest u op onze pagina over platvoet.
Wanneer is een platvoet bij een kind normaal?
Een platvoet is normaal zolang het kind jonger is dan zes à zeven jaar, geen pijn ervaart en de voetboog zichtbaar wordt wanneer het kind op de tenen staat.
Dit laatste is een eenvoudige thuistest. Vraag het kind op de tenen te gaan staan: verschijnt er dan een lichte boog in de voetzool, dan is de platvoet flexibel van aard. Een flexibele platvoet is een functionele variant, de voetboog is er wel, maar verdwijnt onder belasting. Dit type platvoet herstelt bij de meeste kinderen vanzelf.
Kenmerken van een normale, tijdelijke platvoet bij kinderen:
- Leeftijd onder de zeven jaar;
- Voetboog zichtbaar bij ontlasting (op de tenen staan);
- Geen pijn tijdens of na het lopen of spelen;
- Kind loopt vloeiend en raakt niet snel vermoeid;
- Geen afwijkend slijtagepatroon aan schoenen;
- Geen klachten aan knie, heup of rug.
Bij deze kenmerken is actief ingrijpen doorgaans niet nodig. Wel is het verstandig om de ontwikkeling te blijven volgen, zeker als er een familiegeschiedenis is van voetproblemen.
Wanneer is een platvoet bij een kind niet normaal?
Een platvoet is niet normaal wanneer het kind ouder is dan zeven jaar én de platvoet gepaard gaat met pijn, vermoeidheid, afwijkend looppatroon of een stijve voet.
Dit zijn signalen dat de platvoet niet vanzelf corrigeert en mogelijk behandeling vraagt. Bij Podotherapie Hermanns zien we regelmatig kinderen waarbij de platvoet al jaren aanwezig is zonder dat ouders of huisarts er aandacht aan hebben besteed, terwijl het kind ondertussen compensatiepatronen heeft ontwikkeld die ook de knie en heup belasten.
Let op de volgende signalen:
- Kind klaagt over pijn in de voet, enkel, knie of onderbeen na inspanning;
- Snelle vermoeidheid bij lopen of sporten;
- Kind loopt met de voeten naar buiten gedraaid (uitwaartse voetstand);
- De enkel kantelt duidelijk naar binnen (pronatie);
- Voetboog wordt niet zichtbaar bij ontlasting, dit wijst op een rigide platvoet;
- Slijtage aan de binnenzijde van schoenzolen;
- Kind vermijdt lichamelijke activiteit of sport.
Een rigide platvoet, waarbij de voet ook zonder belasting geen boog vormt, is altijd een reden voor onderzoek, ongeacht de leeftijd van het kind. Dit kan duiden op een structurele afwijking aan bot of gewricht die om gerichte behandeling vraagt.
Ook een klapvoet kan samenhangen met een afwijkende voetstandsontwikkeling bij kinderen en verdient aandacht wanneer het looppatroon er duidelijk door beïnvloed wordt.
Tip van Podotherapie Hermanns: Vertrouw niet alleen op wat u ziet. Laat bij twijfel het looppatroon van uw kind beoordelen door een podotherapeut. Een loopanalyse geeft objectieve informatie die met het blote oog niet altijd zichtbaar is.
Gevolgen van een onbehandelde platvoet
Een onbehandelde, structurele platvoet bij kinderen kan leiden tot klachten die zich niet beperken tot de voet, maar doorwerken naar enkel, knie, heup en rug.
De voet is de basis van het hele bewegingsapparaat. Een afwijkende voetstand beïnvloedt de uitlijning van de enkel, het scheenbeen, de knie en het bekken. Als dit patroon jarenlang aanhoudt tijdens de groei, kunnen compensatiepatronen ontstaan die op latere leeftijd moeilijk te corrigeren zijn.
Mogelijke gevolgen op de lange termijn:
Kniepijn – door een afwijkende knieas als gevolg van overmatige pronatie.
Pijn aan de voorkant van de knie – een veelvoorkomende klacht bij kinderen met een onbehandelde platvoet.
- Hielklachten, waaronder de ziekte van Sever (Morbus Sever): een irritatie van de groeischijf in de hiel door overbelasting van de achillespees. Deze aandoening komt vooral voor bij kinderen in de groei. Lees hier meer over Morbus Sever.
- Overbelasting van de achillespees – door een verkeerde afwikkeling van de voet.
- Rugklachten – door een scheef bekken als gevolg van ongelijke beenbelasting.
- Verminderde sportprestaties – kinderen met pijnlijke of instabiele voeten vermijden inspanning, met gevolgen voor hun algemene conditie en ontwikkeling.
Hoe onderzoekt een podotherapeut de voet?
Een podotherapeut beoordeelt de voet van een kind aan de hand van een loopanalyse, drukmeting en inspectie van de voetstand, zowel belast als onbelast.
Het onderzoek is laagdrempelig en niet belastend voor het kind. We kijken naar:
- De voetboog – hoe hoog of laag is de voetboog in rust en onder belasting?
- De enkelstand – kantelt de enkel naar binnen of staat die recht?
- Het looppatroon – hoe wikkelt het kind de voet af? Is er sprake van overmatige pronatie?
- De spierkracht en lenigheid – zijn de kuitspieren verkort? Is de voetmusculatuur voldoende ontwikkeld?
- De schoen – wat zegt het slijtagepatroon van de schoen over de belasting?
Op basis van deze bevindingen stellen we een behandelplan op. Dit kan bestaan uit gerichte oefeningen om de voetspieren te versterken, schoenadvies, of het aanmeten van steunzolen op maat. Steunzolen corrigeren de voetstand en verdelen de druk beter over de voet, zonder dat het kind de controle over zijn voet verliest. Meer informatie over steunzolen vindt u op onze steunzolenpagina.
Wat kunt u als ouder zelf doen?
Ouders kunnen de voetontwikkeling van hun kind actief ondersteunen door te letten op goed schoeisel, voldoende blootsvoets lopen en vroegtijdig signaleren van afwijkingen.
Praktische adviezen:
- Laat jonge kinderen zo veel mogelijk blootsvoets lopen, op gras, zand of tapijt. Dit stimuleert de ontwikkeling van voetspieren en voetboog.
- Kies schoenen met voldoende ruimte voor de tenen, een soepele zool en een goede hielhechting. Vermijd te stijve zolen of te veel demping bij jonge kinderen.
- Let op asymmetrisch slijten van schoenen, dit kan een vroeg signaal zijn van een afwijkende belasting.
Stimuleer beweging en sport, klimmen, rennen en springen versterken de voet- en beenspieren op een natuurlijke manier.
Neem klachten van uw kind serieus. Kinderen klagen zelden zonder reden over pijn in de voeten of benen.
Heeft u twijfels over de voetstand of de ontwikkeling van uw kind? Neem dan contact op via ons contactformulier. We kijken graag samen met u naar wat uw kind nodig heeft.
Veelgestelde vragen over kindervoeten en platvoet
Vanaf welke leeftijd is een platvoet bij een kind een probleem?
Vanaf ongeveer zeven jaar zou een voetboog zichtbaar moeten zijn. Houdt een platvoet daarna aan én gaat het gepaard met pijn of een afwijkend looppatroon, dan is onderzoek door een podotherapeut aan te raden.
Moeten alle kinderen met een platvoet steunzolen krijgen?
Nee. Steunzolen zijn alleen nodig wanneer de platvoet klachten veroorzaakt of de ontwikkeling belemmert. Bij een flexibele, pijnloze platvoet bij jonge kinderen zijn steunzolen meestal niet nodig.
Groeit een platvoet bij kinderen altijd over?
Bij de meeste kinderen wel. Een flexibele platvoet verdwijnt vaak vanzelf voor het zevende jaar. Een rigide platvoet of een platvoet mét klachten lost zelden spontaan op en vraagt om gerichte begeleiding.
Het kiezen van de juiste schoenen voor kinderen bij verschillende sporten
De W-zit bij kinderen: wat ouders moeten weten